Verklarende woordenlijst

Op deze website of in onze brochure treft u regelmatig specifieke woorden aan die te maken hebben met (dieet)voeding, Hierbij kunt u denken aan de voeding zelf, bijbehorende materialen, ziektebeelden of algemene gezondheidstermen. In de diverse verklarende woordenlijsten vindt u een toelichting op veel van deze woorden. Zoekt u een specifiek woord en staat het niet in één van de woordenlijsten dan kunt u een mail sturen naar scelta@sorgente.nl. Wij zorgen er dan voor dat u een toelichting krijgt op de voor u onbekende term en vullen de woordenlijst aan.

Algemeen

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

A

Ademarbeid

Het ‘werk’ dat de spieren moeten verrichten om normaal te kunnen ademhalen.

Ademhalingsinsufficiëntie

Onvoldoende werking van de ademhalingsorganen (m.n. de longen).

ADH

Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid

Allergeen

Een stof die allergische verschijnselen kan veroorzaken

Aminozuur

Bouwsteen van eiwit. De meeste aminozuren maakt het lichaam zelf aan. Een aantal moet via de voeding worden opgenomen omdat het lichaam deze niet of onvoldoende aanmaakt. Dit noemen we ‘essentiële aminozuren’.

Anafylactische shock

Levensbedreigende reactie van het lichaam op een allergeen

Anorexia

Gebrek aan eetlust.

Antioxidanten

Antioxidanten zijn stoffen die het lichaam beschermen tegen schadelijke stoffen, de zogenaamde vrije radicalen.

Atopie

Erfelijke aanleg voor het krijgen van allergische aandoeningen.

B

Bifidus

Bepaald soort bacteriën

Bioactieve stoffen

Alle stoffen, die een bepaalde biologische activiteit of functie hebben. Meestal worden hiermee stoffen bedoeld die voor de mens een ‘gezondheidsbevorderend’ effect hebben, maar niet essentieel zijn. Dit betekent dat het lichaam zo ook zelf aan kan maken.

Body Mass Index (BMI)

Body Mass Index is een index die de verhouding lichaamsgewicht en lichaamslengte weergeeft. 

Bouwstof

Voedingsstoffen (voornamelijk eiwitten) die worden gebruikt voor de opbouw van lichaamsweefsels.

Brandstof

Eiwitten, vetten, koolhydraten leveren energie om te kunnen functioneren en te bewegen. Vetten en koolhydraten zijn de meest efficiënte energieleveranciers.

C

Carcinoom

Kwaadaardig gezwel van epitheelcellen (in de volksmond kanker)

Caseïne-eiwit

Eiwit in melk

Chemotherapie

Behandeling van kanker met bepaalde medicatie/ stoffen.

Collo

Aantal dozen behorende bij één zending.

Constitutioneel eczeem

Eczeem (huidontsteking) op basis van een aangeboren overgevoeligheid.

D

Darmmotiliteit

Spontane bewegingen van de darm.

Decubitus

Doorligwonden

Diabetes Mellitus

Suikerziekte

Dieetpreparaat

Een voedingsmiddel met een andere samenstelling én een andere vorm dan normale voeding.

Dieetproduct

Een voedingsmiddel met een andere samenstelling maar dezelfde vorm als de normale voeding.

Duodenum

De twaalfvingerige darm; het eerste deel van de dunne darm.

E

Eczeem

Eczeem is een huidaandoening en een verzamelnaam voor allerlei soorten huiduitslag. De huid ziet er rood en schilferig uit. Daarnaast voelt zij warm aan en kunnen rode bultjes, vochtblaasjes, vochtafscheiding, korstjes en krabeffecten voorkomen. Eczeem is één van de klachten bij koemelkallergie.

Eiwit (proteïne)

Energieleverende voedingstof nodig voor de opbouw en onderhoud van o.a. spieren, organen, zenuwstelsel, hormonen en bloed.

Eiwithydrolysaat

Voorverteerde eiwitten.

Endoscoop

Instrument om lichaamsholten of –kanalen te onderzoeken

Energiebalans

De balans tussen de hoeveelheid energie die de voeding levert en de hoeveelheid energie die het lichaam verbruikt.

Enzym

Enzymen zijn eiwitten die in elke levende cel te vinden zijn. Ze maken allerlei omzettingen en reacties in het lichaam mogelijk en laten deze efficiënt verlopen. Voorbeelden van reacties waarbij enzymen betrokken zijn, zijn de afbraak van suikers en vetten in de darm, de energieproductie en de aanmaak van nieuwe cellen.

Epitheelcellen

Cellen van huid, slijmvlies en klierweefsel.

F

Fistel

Een niet-natuurlijke verbinding tussen een lichaamsholte en de huid

G

Gezondheidsraad

Adviesorgaan dat als taak heeft de overheid te adviseren over de stand van wetenschap op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek. Op de website van de Gezondheidsraad vindtu u hierover meer informatie : www.gr.nl.

Glucose

Soort suiker. Glucose is de belangrijkste energiebron van het lichaam.

H

Hormonen

Stoffen die een prikkelende of remmende werken hebben op o.a organen en de stofwisseling.

I

Ileum

De kronkeldarm; het laatste deel van de dunne darm.

Ileus

Belemmering van de darmpassage. Verschillende oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen.

Immuunsysteem

Het immuunsysteem is het verdedigingssysteem van het lichaam. Het beschermt tegen lichaamsvreemde stoffen en ziekten.

Inspanningstolerantie

De mate waarin het lichaam een inspanning kan leveren.

J

Jejunum

De nuchtere darm; het middelste deel van de dunne darm.

K

kcal (kilocalorie)

Eenheid van energie; kcal x 4,2 = kJoule.

kJoule (kiloJoule)

Eenheid van energie; kJoule : 4,2 = kcal.

Koolhydraten

Energieleverende voedingsstof, waaronder zetmeel en suiker. 40-70% van de energie komt uit koolhydraten.

L

Lactose

Melksuiker

M

Machtiging

Akkoord, namens de zorgverzekeraar, dat voeding voor vergoeding in aanmerking komt.

Macrovoedingsstof

De energieleverende voedingsstoffen: eiwitten, koolhydraten, vetten en alcohol.

Malabsorptie

Verminderde opname van voedingstoffen door de darm

Microvoedingsstof

Vitaminen, mineralen en spoorelementen.

Monomere / oligomere voeding

Voeding met geheel of gedeeltelijk verteerde eiwitten, vetten of koolhydraten.

Multi Fibre

Meerdere vezels bevattend

N

Neurologie

Medisch specialisme dat zich bezighoudt met de diagnostiek en behandeling van ziekten van het zenuwstelsel (hersenen, ruggenmerg en zenuwen). Daarnaast worden spierziekten ook vaak behandeld door een neuroloog.

Neuspoliepen

Neuspoliepen zijn gezwollen uitgroeisels van het neusslijmvlies in de neusholte. Neuspoliepen zijn onschadelijk maar ze kunnen door hun grootte of aantal op een gegeven moment de neus verstoppen waardoor ademhalen moeilijker wordt.

O

Obstipatie

Verstopping of vertraagde/moeizame stoelgang.

Obstructie

Blokkade

Oncologie

Oncologie is de medische studie en behandeling van kanker. Een arts die zich in de oncologie gespecialiseerd heeft, is een oncoloog of internist.

Ondergewicht

Een lichaamsgewicht dat lager is dan op grond van de lichaamslengte als gezond kan worden beschouwd. Er is sprake van ondergewicht bij een BMI van < 18,5.

Overgewicht

Een lichaamsgewicht dat risico’s oplevert voor de gezondheid. Er is sprake van overgewicht bij een BMI van > 25 of een middelomtrek van > 80 (v)/ 102 (m) cm.

Oxidatieve schade

Oxidatieve schade, ook wel oxidatie genoemd is schade die veroorzaak wordt door zuurstof. Het is een chemische reactie, vergelijkbaar met het roesten van metaal of het bruin worden van geschild fruit.

P

Polymere voeding

Voeding met onverteerde (intacte) eiwitten, vetten of koolhydraten

R

Radiotherapie

Een behandeling door middel van röntgenstralen of andere stralen. waarmee tumorcellen vernietigd worden of waardoor de groei vertraagt.

Rustmetabolisme

Hoeveelheid energie die het lichaam in rust verbruikt.

S

Sacharide

Suikermolecuul

Schijf van vijf

Hulpmiddel ontwikkeld door het Voedingscentrum. 5 groepen voedingsmiddelen en vocht die samen de basis vormen voor een gezonde voeding.

Skeletspierzwakte

Een verminderd functioneren van de skeletspieren. Skeletspieren Een skeletspier is een spier die bevestigd is tussen twee delen van het skelet.

T

TPV (Totale Parenterale Voeding)

Voeding via de bloedbaan.

V

Verklaring dieetpreparaten

Officieel heeft dit formulier: ‘Verklaring polymere, oligomere, monomere of modulaire dieetpreparaten’ 2009. Indien het gewenst is dat iemand dieetpreparaten gaat gebruiken, moet een arts of diëtist de voeding via formulier aanvragen. Het formulier is een uitgaven van Zorgverzekeraars Nederland.

Verlengingsaanvraag

Een verzoek voor verlenging van de machtiging voor het gebruik van dieetpreparaten. De verlenging moet aangevraagd worden met de ‘Verklaring polymere, oligomere, monomere of modulaire dieetpreparaten’.

Vertering

Het omzetten van voedsel in voedingsstoffen die door de darmwandcellen kunnen worden opgenomen in het bloed.

Vet (lipide)

Energierijke voedingsstof. In te delen in verzadigde en onverzadigde vetten. Levert van alle voedingsstoffen de meeste calorieën per gram.

Vetzuur

Bouwsteen van vet.

Voedingscentrum

Stichting die wetenschappelijke voedingskennis vertaald naar bruikbare richtlijnen en adviezen voor de consument. Voor meer informatie zie www.voedingscentrum.nl.

Voedingstherapie

Dieetbehandeling met de intentie het gezondheidsprobleem op te lossen of te verminderen.

Voedingstoestand

De beschikbaarheid van energie en voedingsstoffen in het lichaam.

Voedingsvezel

De onverteerbare delen van planten (onverteerbare koolhydraten) die geen energie leveren. In te delen in oplosbaar en onoplosbaar vezel. Belangrijk voor een goede darmwerking.

Vrije radicalen

Vrije radicalen zijn agressieve stoffen die ontstaan bij algemene processen in het lichaam. Bepaalde leefgewoonten, waaronder roken, verhogen de aanmaak van vrije radicalen. Vrije radicalen zijn gevaar¬lijk wanneer ze in overvloed aanwezig zijn. Ze veroorzaken dan oxidatieve schade aan de cellen en weefsels van het lichaam. Op de lange duur kunnen vrije radicalen waarschijnlijk ernstige aandoeningen (mede) veroorzaken zoals kanker en hart- en vaatziekten.

Z

Zetmeel

Verteerbaar koolhydraat