Kindervoeding

Kindervoeding

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

B

Bijvoeding

Voeding die bij baby’s vanaf 6 maanden wordt geïntroduceerd naast de flesvoeding of de borstvoeding.

BMF (Breast Milk Fortifier )

Moedermelkverrijker. Voor baby’s die te vroeg geboren zijn of baby’s met een te laag geboortegewicht

C

Consultatiebureau

Een instituut binnen de Jeugdgezondheidszorg betaald door de gemeente. Het verzorgt medische basiszorg en preventie bij alle kinderen van 0 tot 4 jaar. Wat de consultatiebureaus allemaal moeten doen heeft de regering in een wet vastgelegd (Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid – WCPV).

D

Dubbelblind onderzoek

Onderzoek waarbij zowel de patiënt (of ouders van patiënt) als de arts of onderzoeker niet weten welke stof wordt toegediend.

Dubbelpositieve gezinsanamnese

Het kind heeft twee eerstegraads familieleden met een aangetoonde ernstige uitingsvorm van atopie.

Dysmatuur

Te laag geboortegewicht (in verhouding tot zwangerschapsduur.

E

E-P-E test (eliminatie-provocatie-eliminatie)

Procedure voor het aantonen van voedselovergevoeligheid. Bij deze test wordt het verdachte voedingsmiddel eerst uit de voeding weggelaten (eliminatie), vervolgens weer toegevoegd (provocatie) en daarna weer weggelaten (eliminatie).

Eerstegraads familieleden

De biologische ouders en de broers en zusjes.

Eliminatie

Weglaten van een verdachte voedingsstof uit de voeding om de relatie van de klachten met het ingenomen voedingsmiddel uit te sluiten.

F

Flesvoeding

Volledige zuigelingenvoeding die ter vervanging of als aanvulling op de borstvoeding gegeven wordt. Bevat alle voedingsstoffen die het kind nodig heeft.

G

Gezinsanamese

Hierbij wordt gekeken of 1 of meer gezinsleden allergisch zijn voor een bepaalde voedingsstof/-middel.

H

Hydrolyse

Scheikundige reactie van bijvoorbeeld het splitsten (afbreken) van eiwitten.

Hypo-

Verminderd

I

Immunofortis

Prebiotische vezelmix

Intact eiwit

Eiwit, zoals deze voorkomt in normale producten (dus niet voorverteerd eiwit).

J

Johannesbroodpitmeel

Soort bindmiddel. Verdikt de voeding waardoor reflux wordt voorkomen en heeft een positieve invloed op de darmwerking.

K

Koemelkeiwitallergie (KEA)

Allergische reactie op de eiwitten die in koemelk voorkomen.

L

Lactose-intolerantie (lactosemalabsorptie)

Het niet (volledig) kunnen verteren van lactose.

LCP

Lange keten meervoudig onverzadigd vetzuur (onderdeel van vet). Bevordert de hersenontwikkeling en het gezichtsvermogen.

LGG

Probiotische melkzuurbacteriën.

N

Nucleotiden

Stof ter ondersteuning van het immuunsysteem.

O

Omega 3/6 vetzuur

Visvetzuren. Onverzadigde vetzuren (onderdeel van vet) die de hersenontwikkeling ondersteunen.

Opvolgmelk

Zuigelingenvoeding voor baby’s vanaf 6 maanden die gegeven wordt naast ‘normale’ voedingsmiddelen zoals brood, groente en fruit.

P

Partieel

Gedeeltelijk

Placebo

Stof zonder werkzame bestanddelen.

Placebo gecontroleerd

Dubbele blootstelling waarbij 1x de allergene stof wordt toegediend en 1x placebo. Op deze manier is het verschil tussen het allergeen en het placebo inderdaad toe te wijzen aan het allergeen.

Prebiotica

Onverteerbare koolhydraten (vezels) die een positieve invloed hebben op darmflora en darmpassage.

Prematuur

Te vroeg geboren

Preventie

Maatregelen genomen ter voorkoming van de ontwikkeling van (voedsel)allergische klachten.

Probiotica

Levende bacteriën die bepaalde darmklachten kunnen helpen verlichten  en met een (mogelijk) gezondheidsbevorderend effect, zoals bijvoorbeeld een betere weerstand of de vermindering van darm- en huidklachten.

Provocatie

Belasting. Weer toedienen van een verdachte voedingsstof waarop allergisch gereageerd werd om de relatie van de klachten met het ingenomen voedingsmiddel waarschijnlijk te maken.

R

Re-eliminatie

Wederom weglaten van een verdachte voedingsstof uit de voeding om de relatie van de klachten met het ingenomen voedingsmiddel uit te sluiten.

Reïntroductie

Het opnieuw invoeren in de voeding van een voedingsmiddel dat niet (meer) verdacht is.

Reflux

Het teruggeven van de voeding of spugen.

S

Sterk allergeen

(Voeding)stoffen die relatief vaak een allergische reactie geven.

V

Verdacht voedingsmiddel

Voedingsmiddel waarvan men denkt dat het allergisch klachten veroorzaakt.

Voedselallergie

Abnormale reactie van het afweersysteem op voedingstoffen die normaliter geen reactie geven.

Voedselinterventie

De verandering van de voeding in het kader van een onderzoek

Voedselintolerantie

Abnormale reactie van het lichaam op voedingstoffen die normaliter geen reactie geven, zonder betrokkenheid van het afweersysteem.

Voedselovergevoeligheid

Verzamelnaam voor voedselallergie, -aversie en -intolerantie.

Volledige zuigelingenvoeding

Zuigelingenvoeding voor baby’s van 0-6 maanden.

W

Wei-eiwit

Eiwit in melk.