De long bevat ongeveer driehonderd miljoen longblaasjes waarin uitwisseling van zuurstof plaatsvindt tussen longen en bloed. De longblaasjes zitten in trosjes bij elkaar. Bij longemfyseem worden de longblaasjes groter. Uiteindelijk verdwijnen de wanden tussen de longblaasjes. Hierdoor wordt het contactoppervlak van de fijne (capillaire) vaten en de ingeademde lucht minder. Dit zorgt ervoor dat er minder zuurstof door het bloed wordt opgenomen. Patiënten zijn snel kortademig. Dit wordt steeds erger.
Verschijnselen bij longemfyseem
Mensen met longemfyseem hoesten veel. Het begint met een zogeheten rokershoestje. Daarbij wordt ook wel slijm opgehoest. Sommige patiënten hebben ook last van kortademigheid of een piepende ademhaling bij inspanning. In het begin zijn de klachten van kortademigheid er alleen bij zware lichamelijke inspanning. Na verloop van tijd ontstaan ze geleidelijk zelfs in rust. Mensen met longemfyseem zijn erg vermoeid. Bij ernstig longemfyseem moet het hart flink werken om het lichaam van zuurstof te voorzien. Soms wordt dat te zwaar voor het hart. Dan kan iemand vocht achter de longen krijgen en in de onderbenen. Dit leidt vervolgens tot nog meer kortademigheid