De Molen 93 - Postbus 526 3990 GH Houten
tel. 030 - 6346222 - fax 030 - 6346211
bureau@nvdietist.nl - www.nvdietist.nl
Vragen en antwoorden over de regeling dieetpreparaten per 1-1-2009
Hoe zit het met het aanvragen van dieetpreparaten voor indicaties die in de oude regeling (voor 2009) werden benoemd.?
Voor alle indicaties geldt op de eerste plaats dat niet uitgekomen kan worden met aangepaste normale voeding.
Slikstoornissen, passagestoornissen, pre- en dysmaturiteit, COPD en congenitaal hartfalen kunnen indicaties zijn voor dieetpreparaten. Als je niet kunt uitkomen met normale aangepaste voeding dreigt er ondervoeding, en dit is een indicatie voor dieetpreparaten. De ondervoeding scoor je met een van de screeningsinstrumenten. Als er (nog) geen sprake is van gewichtsverlies, geldt MUST stap 3.
CF is een stofwisselingsstoornis en als zodanig een indicatie voor dieetpreparaten.
Wanneer is MUST stap 3 van toepassing?
MUST stap 3 is van toepassing als er sprake is van een (acute) aandoening en de verwachting is dat er gedurende meer dan 5 dagen geen of te weinig voedselinname plaats vindt. Onder ‘acuut' verstaan we ‘(nog) niet chronisch'.
Wanneer een patiënt in een goede voedingstoestand is maar de verwachting is dat er problemen gaan ontstaan, kan dan vergoeding voor dieetpreparaten worden aangevraagd?
Wanneer de verwachting is dat er een dreigende ondervoeding ontstaat, kan op grond van MUST stap 3 een aanvraag voor dieetpreparaten worden ingediend.
De professionele onderbouwing hiervan dient goed geregistreerd te worden in het patientendossier. Onder professionele onderbouwing verstaan we op de eerste plaats dat je moet kunnen aantonen dat de patiënt niet uit kan komen met aangepaste normale voeding.
Daarnaast moet je aannemelijk maken dat dieetpreparaten een oplossing kunnen bieden voor dit probleem, en vervolgens het juiste preparaat in de juiste hoeveelheid en gedurende de juiste tijd voorschrijven. Tot slot is een regelmatige evaluatie van belang.
Valt de SNAQ en de MUST onder de gevalideerde screeningsinstrumenten voor de eerste lijn?
Voor een overzicht van de gevalideerde screeningsinstrumenten voor de eerstelijn verwijzen we u naar http://www.stuurgroepondervoeding.nl/
Voor kinderen is er geen gevalideerd screeningsinstrument?
Hoe kan op dit moment bij prematuren en kinderen met CF het ZN-formulier op de juiste manier worden ingevuld?
Voor prematuren geldt het criterium ‘dreigende ondervoeding'. Voor screening verwijzen we naar http://www.stuurgroepondervoeding.nl/
CF is een stofwisselingsziekte en als zodanig een zelfstandige indicatie.
Kan er ook voor SNAQ-score 2 drinkvoeding worden aangevraagd, of alleen voor 3 en hoger?
Als je bij SNAQ-score 2 niet uit kunt komen met aangepaste normale voeding, bestaat er een risico op ondervoeding en zijn dieetpreparaten geïndiceerd.
Wat wordt bedoeld met de indicatie: ...volgens richtlijn aangewezen op dieetpreparaat?
Wanneer de beroepsgroep in een behandelrichtlijn heeft vastgelegd dat dieetpreparaten zijn geïndiceerd bij een bepaalde aandoening, dan vergoedt de zorgverzekeraar op basis van die richtlijn de benodigde dieetpreparaten. In de toelichting bij de regelgeving is vermeld dat die richtlijn dan erkend moet zijn door het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Op dit moment geldt dit nog voor geen enkele richtlijn.
Er is op dit moment één richtlijn bekend waarin dieetpreparaten als onderdeel van de behandeling worden vermeld, nl. de richtlijn behandeling COPD, ontwikkeld door de Nederlandse Vereniging van Longartsen. Deze richtlijn is echter niet aan het CVZ voorgelegd voor erkenning.
De overheid streeft ernaar dat in de toekomst alleen nog dieetpreparaten worden vergoed als dit in een behandelrichtlijn is vastgelegd, die door CVZ is erkend.
De provocatie-eliminatie-test wordt niet meer genoemd op het ZN-formulier. Zijn deze niet meer nodig voor vergoeding van een hypo-allergene voeding?
Voor het verkrijgen van de voeding hoeft niet meer aangegeven te worden dat er een provocatie-eliminatietest heeft plaatsgevonden. Op grond van een voedselallergie kan het facilitair bedrijf of de apotheker voeding afleveren.
Dat betekent niet dat een arts/diëtist bij elke verdenking van voedselallergie altijd hypo-allergene voeding moet aanvragen. In het dossier van de zorgverlener moet een duidelijke onderbouwing zijn van de noodzaak tot aanvraag. Dit kan een provocatie-eliminatietest zijn. Wanneer de aanvragen en daarmee de kosten disproportioneel stijgen in de komende 2 jaar, zal de indicatie worden aangescherpt.
Mogelijk is dit een aandoening die snel voor een aparte richtlijn in aanmerking komt.
Op het oude ZN-formulier kon tot het tweede levensjaar hypo-allergene zuigelingenvoeding worden aangevraagd. Er is nu geen maximumleeftijd meer gesteld. Betekent dit dat voor alle leeftijden vergoeding is geïndiceerd?
Hiervoor geldt hetzelfde als bij de vorige vraag.
Klopt het dat de maximum aanvraagtermijn 12 maanden is? Hoe doe je dat met mensen die veel langer de preparaten moeten gebruiken?
Patiënten die nu reeds preparaten gebruiken voor onbepaalde tijd, kunnen deze gewoon blijven gebruiken. Hiervoor hoeft geen nieuw aanvraagformulier te worden ingevuld.
Nieuwe patiënten die langer dan een jaar dieetpreparaten moeten gebruiken, dienen jaarlijks een nieuwe aanvraag in te dienen.
De zorgverzekeraars kiezen thans voor deze wijze van aanvraag. Bij de evaluatie van de regelgeving over 3 jaar, zal bekeken worden of deze termijn verruimd kan worden.
Wie ondertekent het ZN-formulier?
Het ZN-formulier mag zowel door de arts als door de diëtist ondertekend worden. (beide hoeft niet). Als de diëtist ondertekent, dienen ook de gegevens van de verwijzend arts vermeld te worden (zonder zijn handtekening).
Bron: www.nvdietist.nl