Hoe stel ik de inloopsnelheid van mijn pomp in?
Bij het gebruik van een sondevoedingspomp stelt u die in op het aantal ml per uur dat u krijgt. Deze inloopsnelheid is voorgeschreven door uw arts/diëtist. Houd er bij het berekenen van de inloopsnelheid rekening mee dat u de voeding op voor u comfortabele tijden kunt wisselen (bijvoorbeeld niet midden in de nacht).
Zelf de inloopsnelheid berekenen
Deel de totale hoeveelheid sondevoeding (aantal ml) dat u moet gaan gebruiken door het aantal uren waarin dat ingelopen moet zijn.
Een paar rekenvoorbeelden:
- 1000 ml sondevoeding in 8 uur = 1000 : 8 = 125 ml per uur
- 2000 ml sondevoeding in 24 uur = 2000 : 24 = 84 ml per uur
- NB. 1000 ml = 1 liter.
|
Pompstand (ml/uur) |
Hoeveelheid (24 uur) |
Inlooptijd voor 1 liter |
|
21 |
500 |
48 |
|
42 |
1000 |
24 |
|
63 |
1500 |
16 |
|
84 |
2000 |
12 |
|
100 |
2400 |
10 |
De systemen die geschikt zijn voor zwaartekrachttoediening hebben een rolregelklem. U regelt de toedieningssnelheid van de voeding door de klem naar boven of beneden te draaien. Er zijn twee methoden om het toedieningssysteem te gebruiken:
- Continue toediening
- Portietoediening.
Uw behandelend arts/diëtist bepaalt welke methode u gaat gebruiken.
Stappen voor het aansluiten van het toedieningssysteem
- Verzamel alle benodigde materialen zoals de sondevoeding, spuiten en het toedieningssysteem.
- Was uw handen.
- Open de verpakking van het toedieningssysteem en draai de rolregelklem en het bijspuitpunt dicht.
- Zet de sondevoeding klaar met de opening/aansluiting naar boven.
- Neem het toedieningssysteem uit de verpakking en sluit deze aan op de sondevoeding.
- Bij sommige toedieningssystemen schroeft u het toedieningssysteem op het pak sondevoeding. Door vervolgens de druppelkamer richting het pak te duwen, verbreekt het zegeltje van het pak.
- Plaats de sondevoeding aan de infuuspaal.
- Vul de druppelkamer voor 1/3 deel met voeding door even in de druppelkamer te knijpen.
- Verwijder het afsluitdopje aan het einde van het toedieningssysteem.
- Draai de rolregelklem open en vul de rest van het toedieningssysteem.
- Draai de rolregelklem dicht als het toedieningssysteem bijna helemaal gevuld is.
- Controleer de ligging en toegankelijkheid van de voedingssonde.
- Spuit de sonde door met minimaal 20 ml lauw water.
- Sluit het toedieningssysteem aan op de voedingssonde.
- Draai de rolregelklem open tot u de gewenste toedieningssnelheid bereikt.
- Nadat de sondevoeding is ingelopen, spuit u de sonde weer door met lauw water.