Welke invloed heeft warm weer op de sondevoeding of de voedingspomp? En wat kan ik doen?
We hebben een aantal zogenaamde 'zomertips' voor u verzameld:
- Bewaar de sondevoeding op een koele plek, bijvoorbeeld in een kelderkast. Houd de voorraad zo klein mogelijk.
- Voorkom dat de sondevoeding en de pomp snel warm worden. Houd beide zoveel mogelijk uit de zon.
- Bij extreme warmte kunt u een koelelement in de rugtas meenemen.
- Bij het aanhangen aan een infuuspaal kunt u de voeding inpakken met een flexibele cold-pack. Let op: het koelelement of cold-pack mag niet direct in aanraking komen met de voeding of pomp. U kunt dit voorkomen door deze in een washandje of handdoek te wikkelen.
- Het doorspuiten van de sonde ter voorkoming van verstopping verdient extra aandacht. Spoel minimaal vier keer per dag, maar liever 5 tot 6 keer per dag. De momenten van doorspoelen van de sonde kunt u ook gebruiken om extra vocht toe te dienen.
- Bij warm tot zeer warm weer is het nog belangrijker dat spuiten, afsluitdopjes en systemen na gebruik in een afgesloten bakje in de koelkast bewaard worden.
- Onder warme omstandigheden is het verstandig om extra hygiënisch te werken. Ons advies: verwissel de gaasjes bij een PEG-sonde of jejunostomiekatheter zo nodig extra.
Bekijk ook onze voorlichtingsvideo over sondevoeding en warm weer.